zo 12 januari 2020 - 14:30 Concertzaal Tilburg

In het project Strauss&Strauss brengt Orkest Zuid twee giganten uit de Weense muziekgeschiedenis samen in een concert. Johann Strauss (1825 – 1899) was de ongekroonde koning van de wals wiens muziek nog steeds grote populariteit geniet. De laatromantische Duitse componist Richard Strauss (1864 – 1949) werd dirigent van de Weense Staatsopera en dirigeerde talloze malen de Wiener Philharmoniker. Hij vestigde zich in 1941 in Wenen en werd in 1947 zelfs Oostenrijks staatsburger.

Het concert opent met de Wiener Philharmoniker Fanfare, die van Richard Strauss de volgende opdracht mee kreeg: “Den lieben herrlichen Wiener Philharmonikern gewidmet”.

Vervolgens, ook van Richard Strauss, de Rosenkavalier Suite, instrumentale hoogtepunten uit de opera Der Rosenkavalier  (1911). In Der Rosenkavalier droomde Richard Strauss van de wereld van Mozart, een tijd die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog zo ongeschonden en engelachtig leek. Zo tekende Strauss het Wenen van de achttiende eeuw met z’n standen en mores, maar merkwaardig genoeg ook met laat-negentiende-eeuwse walsen, en een soms overrijpe superromantische orkestklank. Der Rosenkavalier was onmiddellijk een groot succes, met als gevolg dat Strauss al spoedig een suite met de prelude en enkele hoogtepunten van de opera samenstelde.

Als laatste voor de pauze de cyclus Vier letzte Lieder voor sopraan en orkest die behoort tot de laatste composities van Richard Strauss. Ze werden geschreven in 1948, toen hij 84 was. De vier liederen gaan over de dood en werden gecomponeerd kort voordat Strauss zelf stierf. In plaats van de typische opstandigheid van de romantiek dragen deze laatromantische Vier letzte Lieder een gevoel van kalmte en acceptatie uit. De stem van de sopraan wordt op serene wijze begeleid door een groot orkest. In alle vier liederen vervullen de hoorns een belangrijke rol. Het samengaan van de vocale lijn met de koperen begeleiding refereert ook aan Strauss’ eigen leven: zijn echtgenote Pauline de Ahna was een beroemde sopraan en zijn vader was hoornist van professie. Tegen het einde van Im Abendrot verwijst Strauss muzikaal naar zijn eigen symfonisch gedicht Tod und Verklärung dat hij zestig jaar eerder schreef. Zoals in dat stuk symboliseert de aangehaalde passage de vervulling van de ziel in de dood.

Na de pauze een aantal walsen en polka’s van Johann Strauss om daarmee feestelijk het nieuwe jaar 2020 in te luiden.